Wanneer je het oude enviolo systeem wil vervangen voor het nieuwe AUTOMATiQ systeem, selecteer dan het huidige systeem waarmee de fiets op dit moment is uitgerust: 

Manual: Om het huidige manuele systeem te vervangen voor de nieuwste AUTOMATiQ heb je de AUTOMATiQ naafinterface, beide magneet ringen (naaf en tandwiel), plus de kabelboom. Deze kun je hier bestellen. 

We bieden een technische beschrijving: 

Montage van de kabelboom:

mceclip0.png

 

Wanneer je werkt aan een aangepaste oplossing voor de connectie met het aandrijfsysteem, houdt dan rekening met het volgende: 

  • Ingaand vermogen moet tussen de 18-55V zijn
  • Gebruik de daarvoor bestemde kabel met open einde om de interface te verbinden met het aandrijfsysteem: WIRE-AT3-DS-OE (de kleur codering van de kabels kun je terugvinden in bovenstaande schema) 
Montage van de magneetring voor 2.X systemen:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan: 

 

mceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.pngmceclip3.png

[A] De enviolo AUTOMATiQ systemen komen met een input sensor ring die op de tandwiel borgring geklikt moet worden. De twaalf magneten op de input sensor ring geven de pedaal cadans weer van het  AUTOMATiQ systeem.

[B] Volgorde van installeren: eerst tandwiel, tandwiel vulring (indien van toepassing) en de borgring plaatsen, vervolgens plaats je input speed ring en als laatste wordt de AUTOMATIQ naaf interface gemonteerd.

Assembleer de ring met de magneten gericht naar het tandwiel (zoals afgebeeld).

Lijn de ring uit door het lipje tussen de opening van je borgring te klikken.

Klik de input sensor ring vast op de tandwiel borgring. [B] .

[C] AUTOMATiQ systemen beschikken ook over een output speed ring die over de naafhuls geschroefd dient te worden. Zes magneten geven de snelheid van de fiets weer voor het AUTOMATIQ systeem. 

[D] Voordat de naaf interface geplaatst wordt dient de magneetring tegen de rechter naafflens gedrukt te worden. Je zet de ring vervolgens vast met een 2.5mm imbus.

Je dient de ring eerst los te draaien om voldoende ruimte te hebben de ring te plaatsen.

Monteer de grote diameter van de ring naar de buitenkant. Plaats de ring zoals afgebeeld.

Plaats de verdikte sluiting in de ruimte tussen de buitenste spaken zodat de ring vlak gemonteerd zit.

Aanhaal moment is 1.0 Nm (9 in-lbs).

Montage van de AUTOMATiQ Naafinterface:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

mceclip0.pngmceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.png

Zorg ervoor dat je de AUTOMATIQ naaf interface hebt die bij je naaf hoort.

enviolo CT/CO/TR hebben allemaal dezelfde montage diameter. De enviolo CA/SP, hebben een andere diameter.

Je kan het interface type vinden aan de onderkant van de interface.

Gebruik de losse  nog niet geïnstalleerde interface om de juiste hoek voor de montage te bepalen.

De interface dient naar voren gericht te zijn in parallelle lijn met je achter brug met de connector naar voren.

Beweeg de AUTOMATiQ naaf interface langs de drop-out om zeker te zijn dat interface vrij ligt in verschillende posities.

Met de AUTOMATiQ naaf interface juist gepositioneerd in het rechter uitvaleinde, is de installeer hoek die van de drop-out (20 graden in dit voorbeeld).

Markeer de naaf interface met een marker in het midden van het uitvaleinde.

Verwijder de anti-shift ring, indien gemonteerd.

Plaats de AUTOMATiQ naaf interface over de as aan de rechterkant en richt deze uit met de markering op het hart van de vlakke kant van de as.

Alternatief, een non-turn ring kan op de interface gelegd worden om de AUTOMATiQ naaf interface uit te lijnen.

Als de juiste hoek is afgemeten plaats je de AUTOMATIQ interface volledig over de as.

Monteer de borgmoer met de ribbels naar buiten en draai deze aan met 10-15 Nm (7-11
ft-lbs).

Installeer het achterwiel.

Als het geheel geïnstalleerd is mag de interface het frame niet raken.

Verbind de kabelboom met de naafinterface en het aandrijfsysteem. Mocht je nog meer informatie nodig hebben met betrekking tot de bekabeling, zie dan dit overzicht.

Configuratie van de AUTOMATiQ Naafinterface:


Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

Pair_AHI_1.jpgPair_AHI_2.jpgPair_AHI_4.jpg

Houdt, met het aandrijfsysteem ingeschakeld, de knop op de interface 5 seconden ingedrukt tot deze blauw begint te knipperen

Open de enviolo App op je telefoon of tablet en selecteer de desbetreffende interface. 

Het serienummer van de interface kun je terugvinden op de onderzijde van de interface. 

Ga naar het configuratie menu, scroll naar beneden en selecteer alle noodzakelijke parameters. Controleer of het CAN protocol ingesteld is als 'None'. Sluit vervolgens de app

Configureer tenminste de volgende instellingen:

- Aantal tanden achter tandwiel en klettingblad voor. Bij Bosch Gen2 systemen met een klein kettingblad voor, programmeer je deze juist door het aantal tanden op het kettingblad te vermenigvuldigen met 2.5 (16T*2.5=40T kettingblad grote in de instellingen)

-Vul de juiste wielomtrek in

Het koppelen van AUTOMATiQ controllers:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

Pair_AHI_1.jpgmceclip0.png

Houdt, met het aandrijfsysteem ingeschakeld, de knop op de interface 5 seconden ingedrukt tot deze blauw begint te knipperen

Voor de CO & CliQ Pure controller: Houd de middelste knop 3 seconden ingedrukt totdat de LED groen en rood knippert. Als de LED alleen nog groen knippert is de controller gekoppeld.

Voor de CA & CliQ Plus controller: Houd de middelste knop ingedrukt voor meer dan 8 seconden. Als de LED 1 seconde constant blauw oplicht is de controller gekoppeld.

Voor de SP & CliQ Pro controller: Houd de mode knop 3 seconden ingedrukt (controller knippert blauw). Als de LED 3 seconden blauw oplicht is de controller gekoppeld. 

Het systeem kalibreren:
mceclip0.pngmceclip0.png

Scroll in het configuratie menu van de enviolo app naar beneden en selecteer 'Hub interface opnieuw kalibreren'. 

Met het gebruik van de CO & CliQ Pure controller (onderdeel van de kit), houdt de middelste knop 3 seconden ingedrukt tot de naaf begint de schakelen (5-7 seconden) en laat vervolgens de knop los.

Met het gebruik van de CA & CliQ Plus controller, houdt de bovenste en onderste knop 3 seconden gelijktijdig ingedrukt. Tijdens de kalibratie zal de LED wit oplichten.

Met het gebruik van de SP & CliQ Pro controller, houdt de bovenste en onderste knop 3 seconden gelijktijdig ingedrukt. Tijdens de kalibratie zal de LED blauw oplichten.

Na het activeren van de kalibratie bij elke van beschreven opties, moeten de trappers 25 seconden constant met een snelheid van 20km/h rondgedraaid worden tot het systeem een aantal keer door het volledige bereik heeft geschakeld.

Automatic of Harmony (gebruik van een optionele controller):
Om het vervangen van een oud enviolo systeem naar een het nieuwste AUTOMATiQ systeem zo makkelijk mogelijk te maken, hebben we een complete kit gecreëerd waarin een naafinterface, de magneetring en ook de benodigde kabelboom gebundeld zijn, deze kun je hier bestellen.  

mceclip0.png

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

Montage van de kabelboom:

mceclip0.png

 

Wanneer je werkt aan een aangepaste oplossing voor de connectie met het aandrijfsysteem, houdt dan rekening met het volgende: 

  • Ingaand vermogen moet tussen de 18-55V zijn
  • Gebruik de daarvoor bestemde kabel met open einde om de interface te verbinden met het aandrijfsysteem: WIRE-AT3-DS-OE (de kleur codering van de kabels kun je terugvinden in bovenstaande schema) 
Demontage van de oude Automatic naafinterface:
AHI_rework_-_step_1.jpgAHI_rework_-_step_2.jpgAHI_rework_-_step_3.jpgAHI_rework_-_step_4.jpgAHI_rework_-_step_6.jpg

Koppel de oude kabel los

Verwijder de asmoeren en de borgringen

Verwijder de rechter borgmoer en de Automatic naaf interface 

Verwijder de oude kabel

Demonteer de oude Automatic controller en monteer de nieuwe

Installeer de nieuwe kabel, maar sluit deze nog niet aan op de interface

 

Montage van de magneetring voor 2.X systemen:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

mceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.pngmceclip3.png

[A] De enviolo AUTOMATiQ systemen komen met een input sensor ring die op de tandwiel borgring geklikt moet worden. De twaalf magneten op de input sensor ring geven de pedaal cadans weer van het  AUTOMATiQ systeem.

[B] Volgorde van installeren: eerst tandwiel, tandwiel vulring (indien van toepassing) en de borgring plaatsen, vervolgens plaats je input speed ring en als laatste wordt de AUTOMATIQ naaf interface gemonteerd.

Assembleer de ring met de magneten gericht naar het tandwiel (zoals afgebeeld).

Lijn de ring uit door het lipje tussen de opening van je borgring te klikken.

Klik de input sensor ring vast op de tandwiel borgring. [B] .

[C] AUTOMATiQ systemen beschikken ook over een output speed ring die over de naafhuls geschroefd dient te worden. Zes magneten geven de snelheid van de fiets weer voor het AUTOMATIQ systeem. 

[D] Voordat de naaf interface geplaatst wordt dient de magneetring tegen de rechter naafflens gedrukt te worden. Je zet de ring vervolgens vast met een 2.5mm imbus.

Je dient de ring eerst los te draaien om voldoende ruimte te hebben de ring te plaatsen.

Monteer de grote diameter van de ring naar de buitenkant. Plaats de ring zoals afgebeeld.

Plaats de verdikte sluiting in de ruimte tussen de buitenste spaken zodat de ring vlak gemonteerd zit.

Aanhaal moment is 1.0 Nm (9 in-lbs).

Montage van de AUTOMATiQ Naafinterface:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

mceclip0.pngmceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.png

Zorg ervoor dat je de AUTOMATIQ naaf interface hebt die bij je naaf hoort.

enviolo CT/CO/TR hebben allemaal dezelfde montage diameter. De enviolo CA/SP, hebben een andere diameter.

Je kan het interface type vinden aan de onderkant van de interface.

Gebruik de losse  nog niet geïnstalleerde interface om de juiste hoek voor de montage te bepalen.

De interface dient naar voren gericht te zijn in parallelle lijn met je achter brug met de connector naar voren.

Beweeg de AUTOMATiQ naaf interface langs de drop-out om zeker te zijn dat interface vrij ligt in verschillende posities.

Met de AUTOMATiQ naaf interface juist gepositioneerd in het rechter uitvaleinde, is de installeer hoek die van de drop-out (20 graden in dit voorbeeld).

Markeer de naaf interface met een marker in het midden van het uitvaleinde.

Verwijder de anti-shift ring, indien gemonteerd.

Plaats de AUTOMATiQ naaf interface over de as aan de rechterkant en richt deze uit met de markering op het hart van de vlakke kant van de as.

Alternatief, een non-turn ring kan op de interface gelegd worden om de AUTOMATiQ naaf interface uit te lijnen.

Als de juiste hoek is afgemeten plaats je de AUTOMATIQ interface volledig over de as.

Monteer de borgmoer met de ribbels naar buiten en draai deze aan met 10-15 Nm (7-11
ft-lbs).

Installeer het achterwiel.

Als het geheel geïnstalleerd is mag de interface het frame niet raken.

Verbind de kabelboom met de naafinterface en het aandrijfsysteem. Mocht je nog meer informatie nodig hebben met betrekking tot de bekabeling, zie dan dit overzicht.

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:
Configuratie van de AUTOMATiQ Naafinterface:

 

Pair_AHI_1.jpgPair_AHI_2.jpgPair_AHI_4.jpg

Houdt, met het aandrijfsysteem ingeschakeld, de knop op de interface 5 seconden ingedrukt tot deze blauw begint te knipperen

Open de enviolo App op je telefoon of tablet en selecteer de desbetreffende interface. 

Het serienummer van de interface kun je terugvinden op de onderzijde van de interface. 

Ga naar het configuratie menu, scroll naar beneden en selecteer alle noodzakelijke parameters. Controleer of het CAN protocol ingesteld is als 'None'. Sluit vervolgens de app

Configureer tenminste de volgende instellingen:

- Aantal tanden achter tandwiel en kettingblad voor. Bij Bosch Gen2 systemen met een klein kettingblad voor, programmeer je deze juist door het aantal tanden op het kettingblad te vermenigvuldigen met 2.5 (16t*2.5=40t kettingblad grote in de instellingen)

- Vul de juiste wielomtrek in

Het koppelen van AUTOMATiQ controllers:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

Pair_AHI_1.jpgmceclip0.png

Houdt, met het aandrijfsysteem ingeschakeld, de knop op de interface 5 seconden ingedrukt tot deze blauw begint te knipperen

Voor de CO & CliQ Pure controller: Houd de middelste knop 3 seconden ingedrukt totdat de LED groen en rood knippert. Als de LED alleen nog groen knippert is de controller gekoppeld.

Voor de CA & CliQ Plus controller: Houd de middelste knop ingedrukt voor meer dan 8 seconden. Als de LED 1 seconde constant blauw oplicht is de controller gekoppeld.

Voor de SP & CliQ Pro controller: Houd de mode knop 3 seconden ingedrukt (controller knippert blauw). Als de LED 3 seconden blauw oplicht is de controller gekoppeld. 

Het systeem kalibreren:
mceclip0.pngmceclip0.png

Scroll in het configuratie menu van de enviolo app naar beneden en selecteer 'Hub interface opnieuw kalibreren'. 

Met het gebruik van de CO & CliQ Pure controller (onderdeel van de kit), houdt de middelste knop 3 seconden ingedrukt tot de naaf begint de schakelen (5-7 seconden) en laat vervolgens de knop los.

Met het gebruik van de CA & CliQ Plus controller, houdt de bovenste en onderste knop 3 seconden gelijktijdig ingedrukt. Tijdens de kalibratie zal de LED wit oplichten.

Met het gebruik van de SP & CliQ Pro controller, houdt de bovenste en onderste knop 3 seconden gelijktijdig ingedrukt. Tijdens de kalibratie zal de LED blauw oplichten.

Na het activeren van de kalibratie bij elke van beschreven opties, moeten de trappers 25 seconden constant met een snelheid van 20km/h rondgedraaid worden tot het systeem een aantal keer door het volledige bereik heeft geschakeld.

Automatic+ of H|Sync (geïntegreerd in het Bosch display):

Om het vervangen van een oud enviolo systeem naar een het nieuwste AUTOMATiQ systeem zo makkelijk mogelijk te maken, hebben we een complete kit gecreëerd waarin een naafinterface, de magneetring en ook de benodigde kabelboom gebundeld zijn, deze kun je hier bestellen.  

mceclip1.png

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

Montage van de kabelboom:

mceclip0.png

 

Wanneer je werkt aan een aangepaste oplossing voor de connectie met het aandrijfsysteem, houdt dan rekening met het volgende: 

  • Ingaand vermogen moet tussen de 18-55V zijn
  • Gebruik de daarvoor bestemde kabel met open einde om de interface te verbinden met het aandrijfsysteem: WIRE-AT3-DS-OE (de kleur codering van de kabels kun je terugvinden in bovenstaande schema) 
Demontage van de oude Automatic naafinterface:
AHI_rework_-_step_1.jpgAHI_rework_-_step_2.jpgAHI_rework_-_step_3.jpgAHI_rework_-_step_4.jpgAHI_rework_-_step_5.jpgAHI_rework_-_step_6.jpg

Koppel de oude kabel los

Verwijder de asmoeren en de borgringen

Verwijder de rechter borgmoer en de Automatic naaf interface 

Verwijder de oude kabel

Demonteer de oude Automatic controller en monteer de nieuwe

Installeer de nieuwe kabel, maar sluit deze nog niet aan op de interface

Montage van de magneetring voor 2.X systemen:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

mceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.pngmceclip3.png

[A] De enviolo AUTOMATiQ systemen komen met een input sensor ring die op de tandwiel borgring geklikt moet worden. De twaalf magneten op de input sensor ring geven de pedaal cadans weer van het  AUTOMATiQ systeem.

[B] Volgorde van installeren: eerst tandwiel, tandwiel vulring (indien van toepassing) en de borgring plaatsen, vervolgens plaats je input speed ring en als laatste wordt de AUTOMATIQ naaf interface gemonteerd.

Assembleer de ring met de magneten gericht naar het tandwiel (zoals afgebeeld).

Lijn de ring uit door het lipje tussen de opening van je borgring te klikken.

Klik de input sensor ring vast op de tandwiel borgring. [B] .

[C] AUTOMATiQ systemen beschikken ook over een output speed ring die over de naafhuls geschroefd dient te worden. Zes magneten geven de snelheid van de fiets weer voor het AUTOMATIQ systeem. 

[D] Voordat de naaf interface geplaatst wordt dient de magneetring tegen de rechter naafflens gedrukt te worden. Je zet de ring vervolgens vast met een 2.5mm imbus.

Je dient de ring eerst los te draaien om voldoende ruimte te hebben de ring te plaatsen.

Monteer de grote diameter van de ring naar de buitenkant. Plaats de ring zoals afgebeeld.

Plaats de verdikte sluiting in de ruimte tussen de buitenste spaken zodat de ring vlak gemonteerd zit.

Aanhaal moment is 1.0 Nm (9 in-lbs).

Montage van de AUTOMATiQ Naafinterface:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

mceclip0.pngmceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.png

Zorg ervoor dat je de AUTOMATIQ naaf interface hebt die bij je naaf hoort.

enviolo CT/CO/TR hebben allemaal dezelfde montage diameter. De enviolo CA/SP, hebben een andere diameter.

Je kan het interface type vinden aan de onderkant van de interface.

Gebruik de losse  nog niet geïnstalleerde interface om de juiste hoek voor de montage te bepalen.

De interface dient naar voren gericht te zijn in parallelle lijn met je achter brug met de connector naar voren.

Beweeg de AUTOMATiQ naaf interface langs de drop-out om zeker te zijn dat interface vrij ligt in verschillende posities.

Met de AUTOMATiQ naaf interface juist gepositioneerd in het rechter uitvaleinde, is de installeer hoek die van de drop-out (20 graden in dit voorbeeld).

Markeer de naaf interface met een marker in het midden van het uitvaleinde.

Verwijder de anti-shift ring, indien gemonteerd.

Plaats de AUTOMATiQ naaf interface over de as aan de rechterkant en richt deze uit met de markering op het hart van de vlakke kant van de as.

Alternatief, een non-turn ring kan op de interface gelegd worden om de AUTOMATiQ naaf interface uit te lijnen.

Als de juiste hoek is afgemeten plaats je de AUTOMATIQ interface volledig over de as.

Monteer de borgmoer met de ribbels naar buiten en draai deze aan met 10-15 Nm (7-11
ft-lbs).

Installeer het achterwiel.

Als het geheel geïnstalleerd is mag de interface het frame niet raken.

Verbind de kabelboom met de naafinterface en het aandrijfsysteem. Mocht je nog meer informatie nodig hebben met betrekking tot de bekabeling, zie dan dit overzicht.

 

Configuratie van de AUTOMATiQ Naafinterface:

Naast deze video bieden wij ook een technische beschrijving aan:

 

Pair_AHI_1.jpgPair_AHI_2.jpgPair_AHI_3.jpgPair_AHI_4.jpg

Houdt, met het aandrijfsysteem ingeschakeld, de knop op de interface 5 seconden ingedrukt tot deze blauw begint te knipperen

Open de enviolo App op je telefoon of tablet en selecteer de desbetreffende interface. 

Het serienummer van de interface kun je terugvinden op de onderzijde van de interface. 

Ga naar het configuratie menu, scroll naar beneden en selecteer alle noodzakelijke parameters. Controleer of het CAN protocol ingesteld is als 'None'. Sluit vervolgens de app

Configureer tenminste de volgende instellingen:

- Aantal tanden achter tandwiel en klettingblad voor. Bij Bosch Gen2 systemen met een klein kettingblad voor, programmeer je deze juist door het aantal tanden op het kettingblad te vermenigvuldigen met 2.5 (16T*2.5=40T kettingblad grote in de instellingen)

-Vul de juiste wielomtrek in

Het systeem kalibreren:
mceclip0.pngmceclip0.pngmceclip1.pngmceclip2.png

Scroll in het configuratie menu van de enviolo app naar beneden en selecteer 'Hub interface opnieuw kalibreren'. 

Volg de display specifieke instructies.

Na het activeren van de kalibratie bij elke van beschreven opties, moeten de trappers 25 seconden constant met een snelheid van 20km/h rondgedraaid worden tot het systeem een aantal keer door het volledige bereik heeft geschakeld.

 

 

 

Was dit artikel behulpzaam?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 4 van 11