Dit artikel helpt je met het assembleren van de magneetringen op het tandwiel en de naaf.
Magneetringen op het tandwiel en de naaf
De enviolo AUTOMATiQ systemen worden geleverd met een magneetring voor het tandwiel (A) die op de gemonteerde snapring voor het tandwiel op de naaf moet worden bevestigd. De twaalf magneten op de magneetring zorgen voor de trapfrequentie van het AUTOMATiQ systeem.
Daarnaast hebben de AUTOMATiQ systemen ook een magneetring op de naaf(B) nodig die over de rand van de naafhuls bevestigd moet worden. Zes magneten in de naafmagneetring zorgen voor de eBike-snelheid voor het AUTOMATiQ systeem.
Je moet ze allebei monteren om het systeem te laten werken.
Video-instructies
Stapsgewijze instructies
Benodigdheden
- 2,5mm inbus
- Magneetring tandwiel
- Magneetring naaf:
Montage-instructies
Monteer de magneetring op het tandwiel
- Monteer het tandwiel op de naaf.
- Plaats de spacer op het tandwiel (niet nodig bij een Gates tandwiel).
- Monteer de snapring
- Monteer de magneetring voor het tandwiel op de al gemonteerde snapring(A).
- Zorg ervoor dat de kant met de magneten naar binnen gericht is, dus wijzend naar het tandwiel.
- Zorg ervoor dat de opening van de magneetring gelijk staat met de opening van de snapring.
Monteer de naafmagneetring op de naaf
- Monteer de naafmagneetring over de rechterzijde van de naaf.
- Bevestig de magneetring met de meegeleverde sluiting (D).
- De sluiting moet mogelijk worden losgedraaid om de eerste montage mogelijk te maken..
- De magneetring moet naar buiten gericht zijn naar de flens met de grootste diameter en naar binnen gericht zijn naar de sluiting.
- De magneetring mag niet te veel uitsteken en moet uitgelijnd zijn met het platte oppervlak van de naaf (zoals hieronder getoond).
- Draai de bevestiging vast met een aanhaalmoment van 1,0 Nm.
- Zorg ervoor dat het bevestigingspunt niet op een van de buitenste spaken zit.
Ga naar het volgende artikel
Als je alle stappen hebt gevolgd, zijn de magneetringen nu correct geïnstalleerd. Volgende stap is het assembleren van de AUTOMATiQ interface: